Lampropeltis zonata

Google afbeeldingen
Wetenschappelijke naam Lampropeltis zonata
Nederlandse naam California Mountain Koningsslang
Herkomst De roze plekken met stippen geven het verspreidingsgebied van L. zonata aan.
De blauwe plekken met driehoekjes geven het verspreidingsgebied van L. multifasciata aan.
Kaartje is afkomstig van het hieronder geplaatste artikel van MYERS, E.A; etc.
Biotoop Gemengde bossen (eik/den), naaldbossen, oeverbossen, dicht struikgewas met doornige struiken, saliestruikgewas langs de kust, beboste kuststroken met rotsformaties, rotsige hellingen.
Bijzonderheden In het verleden kende deze soort een aantal ondersoorten:
Lampropeltis zonata multicincta
Lampropeltis zonata multifasciata
Lampropeltis zonata parvirubra
Lampropeltis zonata zonata
Lampropeltis zonata pulchra
Lampropeltis zonata agalma
Lampropeltis zonata herrerae

In 2013 werd vastgesteld dat deze slang uit twee aparte soorten  (zonder ondersoorten) bestaat, nl. L. zonata en L. multifasciata.
Zie het hieronder geplaatste onderzoek.


MYERS, E. A.; J. A. RODRÍGUEZ-ROBLES, D. F. DENARDO, R. E. STAUB, A. STROPOLI, S. RUANE and F. T. BURBRINK 2013. Multilocus phylogeographic assessment of the California Mountain Kingsnake (Lampropeltis zonata) suggests alternative patterns of diversification for the California Floristic Province. Molecular Ecology, doi: 10.1111/mec.12478


De gegevens hieronder zijn hetzelfde als die van Lampropeltis multifasciata. Deze gegevens zijn grotendeels afkomstig van de website

CALIFORNIAHERPS

De volwassen lengte ligt tussen 51 en 90 cm, met uitschieters tot 135 cm.

De lengte van pasgeboren exemplaren ligt tussen 18 en 28 cm.

Deze soort leeft een tamelijk verborgen leven, maar is, in geschikt biotopen, absoluut niet zeldzaam. Ze worden overdag zo nu en dan wel bovengronds aangetroffen, maar houden zich dit deel van de dag vooral op onder boomstronken of andere zaken waaronder ze zich kunnen verstoppen. Rotsspleten zijn ook een regelmatig gebruikte schuilplaats. Als ze al overdag actief zijn, dan is dit gewoonlijk op schaduwrijke plekken. Ook op grote hoogtes (typisch leefgebied voor deze soort) zijn ze overdag actief wanneer de nachttemperaturen laag zijn.

De hoogte van de omgevingstemperatuur bepaalt of ze schemer-, avond-, nacht- of dagactief zijn. Hun activiteit is het grootst bij omgevingstemperaturen tussen 13 en 29 graden C.

De winterslaap begint doorgaans in november en eindigt in februari, maart of april. Dit hangt af van de locatie en de weersomstandigheden.

Enkele weken na beëindiging van de winterslaap vinden de paringen plaats. De eieren worden in juni/juli gelegd en komen na 50 en 65 dagen uit.

Het voedsel in het wild bestaat uit o.a. kleine zoogdieren, nestvogels, vogeleieren, hagedissen, amfibieën en zo nu en dan slangen (ook exemplaren van hun eigen soort (kannibalisme).

In het terrarium doen ze het prima op een dieet van muizen. Pasgeboren exemplaren hebben nogal eens moeite met muisjes, maar wanneer ze de geur van een hagedis toegediend krijgen lukt het meestal wel. Willen ze echt niks aannemen, dan de slangetjes een paar maanden laten winterslapen bij ca. 13 graden C. en ze dan weer proberen met naar hagedis ruikende muisjes. Dat werkt vrijwel altijd.

Share