Lampropeltis splendida

Google afbeeldingen
Wetenschappelijke naam Lampropeltis splendida (BAIRD & GIRARD, 1853)
Nederlandse naam Woestijn Koningsslang; Sonora Koningsslang
Herkomst In het zuidwesten van de Verenigde Staten van Amerika (Arizona, Texas en New Mexico) en  het noordwesten van Mexico (San Luis Potosi, Durango, Tamaulipas, Chihuahua).

Er zijn ook enkele, geïsoleerde waarnemingen bekend van zuidelijk Colorado.

Biotoop In tegenstelling tot wat de niet-wetenschappelijke naam suggereert leeft deze soort voornamelijk in gebieden met een normale vochthuishouding, vaak in de omgeving van water. Droge gebieden worden overigens niet geschuwd.

Ze komen op vrijwel alle soorten landbouwgebied voor. Ook worden ze gevonden in gebieden met veel mesquite struikgewas (Prosopis), graslanden, gebieden met allerlei ander struikgewas, langs de randen van bossen en in de bossen zelf.

Bijzonderheden Deze soort is lang beschouwd als een ondersoort van Lampropeltis getula (L. g. splendida). In 2009 heeft deze slang de soortstatus gekregen.


Pyron, R. Alexander; Frank T. Burbrink 2009. Systematics of the Common Kingsnake (Lampropeltis getula; Serpentes: Colubridae) and the burden of heritage in taxonomy. Zootaxa 2241: 22-32


Deze middelgrote soort wordt gemiddeld tussen 90 en 120 cm lang, met een maximum tot ca. 180 cm.

Ze onderscheidt zich van vergelijkbare soorten door het opvallende kleurenpatroon. De basiskleur is zwart of donkerbruin. Op de flanken en de rug zijn heel veel gele stippels aanwezig. Hierdoor zijn er op de rug 20  tot ca. 42 bruine/zwarte zadelvlekken of dwarsbanden te zien. De kop is zwart of donkerbruin en de labiale schilden zijn voor een groot deel lichtgekleurd .

Buikzijde is zwart of donkerbruin met soms aan de randen witte of gelige vlekken.

Zie de klikbare foto boven aan deze pagina om een duidelijk beeld te krijgen.


Ook hier vind je een aantal prachtige foto’s van deze soort.

Foto’s van Lampropeltis splendida


Deze voornamelijk avond- en nacht-actieve soort verbergen zich het grootste deel van de dag onder allerlei materiaal, zoals boomstronken, afval, stenen, in rotsspleten, holen, etc.

Wanneer ze mensen/predators tegenkomen in de natuur zullen ze proberen te vluchten, maar wanneer dat niet lukt zullen ze heftig gaan trillen met hun staart. Worden ze alsnog opgepakt/gevangen, dan zullen ze hun belager proberen te besproeien met stinkende muskusachtige vloeistof uit hun anaalklieren.

Ze houden zich soms ook dood als ze niet kunnen vluchten.
In gevangenschap wennen ze echter snel en doen het doorgaans prima.

De voortplantingsperiode vindt in april en mei plaats, waarna er in juni en juli eieren gelegd worden. Legsels variëren van 5 tot 12 eieren. De eieren komen tussen eind augustus en begin oktober uit.
Bij de geboorte zijn de jongen tussen 17 en 25 cm lang.

L. splendida is een sterke wurgslang die zich in de natuur voedt met o.a. slangen (ook ratelslangen; vooral in het begin van de herfst vallen veel jonge Westelijke Diamantratelslangen (Crotalus atrox) ten prooi aan L. splendida; in deze periode komen die massaal voor in hun leefgebied), hagedissen, zoogdieren en vogels. Het verorberen van kikkers is waargenomen, evenals eieren van reptielen en vogels. Ook deze koningsslangensoort lijkt immuun te zijn voor het gif van de gifslangen die hij eet.

Het lijkt er op dat het in de vrije natuur goed gaat met deze soort; er zijn geen ernstige bedreigingen in het voortbestaan bekend. Zijn voorkomen in een grote diversiteit aan biotopen zal hierin een rol spelen. Deze soort past zich klaarblijkelijk gemakkelijk aan allerlei leefomstandigheden aan.

Uit de grensgebieden tussen deze soort en L. californiae en L. holbrooki zijn hybriden bekend.

Share