Lampropeltis pyromelana

Google afbeeldingen
Wetenschappelijke naam Lampropeltis pyromelana
Nederlandse naam Arizona Bergkoningsslang, Sonora Bergkoningsslang
Herkomst Arizona, Nevada, Utah en zuidwestelijk New Mexico (USA)
Biotoop Deze soort komt vnl. voor op hoogtes tussen 800 en 2500 meter. Ze bewonen daar o.a. naaldbossen, loofbossen (chapparal) en in de buurt van de jeneverbes . Meestal in de buurt van stromend water of bronnen.
Bijzonderheden Tot deze soort behoren de vertegenwoordigers van de volgende twee voormalige ondersoorten, nl.

L. p. pyromelana en L. p. infralabialis.

L. p. knoblochi is tegenwoordig een aparte soort (L. knoblochi).

Zowel L. pyromelana als L. knoblochi zijn dus tegenwoordig aparte soorten. Beide hebben geen ondersoorten.

Wil je hier meer over weten, download dan het volgende artikel…


Burbrink, Frank T.; Helen Yao, Matthew Ingrasci, Robert Bryson, Timothy J. Guiher & Sara Ruane 2011. SPECIATION AT THE MOGOLLON RIM IN THE ARIZONA MOUNTAIN KINGSNAKE (LAMPROPELTIS PYROMELANA). Molecular Phylogenetics & Evolution 60: 445-454


Voor het uiterlijk van deze soort verwijs ik naar de klikbare foto boven aan deze pagina. De Westelijke koraalslang (Micrurus euryxanthus) heeft grofweg dezelfde verschijningsvorm als deze Bergkoningsslang. Een mooi voorbeeld van mimicry.

Grofweg kun je stellen dat de “pyromelana-slangen” die ten noorden van de Gila Rivier leven behoren tot de soort pyromelana en de slangen die ten zuiden van deze rivier leven behoren tot de soort knoblochi. Uiterlijk zijn ze nauwelijks te onderscheiden. Voor de soortbepaling is het weten van de afkomst van groot belang.

Deze voornamelijk overdag actieve slangen houden zich o.a. op in het dichte struikgewassen, in rotsspleten en onder stenen en boomstammen e.d. Soms zijn ze ook actief tijdens warme, vochtige nachten. Meeste kans om ze aan te treffen is halverwege de ochtend en vlak voor zonsondergang. Dat zijn de momenten dat ze op zoek zijn naar prooien.

Op het menu van deze slangensoort staan o.a. vogels, knaagdieren, vleermuizen, hagedissen en mogelijk ook andere slangen.

Het is een vnl. bodem bewonende slang, maar is prima in staat om te klimmen. Wanneer ze gevangen worden schuwen ze niet om te bijten en/of de belager onder te sproeien met een stinkende vloeistof.

 

Tijdens de late herfst en de wintermaanden houden ze een winterslaap. De paringen vinden, zoals gewoonlijk, plaats in het voorjaar en aan het eind van de lente of het begin van de zomer worden de 3 tot 10 eieren (gemiddeld 5 of 6) gelegd (met soms uitschieters van 13 tot 15 eieren in een legsel). Deze komen uit aan het eind van de zomer. De jongen zijn bij de geboorte ca. 15 tot 18 cm lang.

Volwassen dieren kunnen tot ca. 100 cm lang worden maar zijn meestal kleiner (70-80 cm). Vrouwen zijn vaak wat groter dan de mannen.

 

Share