Lampropeltis micropholis

Google afbeeldingen
Wetenschappelijke naam Lampropeltis micropholis (COPE, 1860)
Nederlandse naam Ecuadoriaanse Koningsslang; Ecuadoriaanse Melkslang
Herkomst Van oostelijk Costa Rica, Panama en zuidwaarts tot in Ecuador. Ook in Colombia (van zeeniveau tot minstens op 1750 m. hoogte) en mogelijk ook in Venezuela (waarnemingen tussen 1500 en 2150 m, hoogte).
Biotoop Vochtig en droog laagland en in pre-montane- en montane vochtige bossen
Bijzonderheden De slangen die behoorden tot twee (niet meer geldige) ondersoorten van Lampropeltis triangulum (L. t. gaigeae en L. t. andesiana) behoren nu tot L. micropholis.


Ruane, Sara; Robert W. Bryson, Jr., R. Alexander Pyron, and Frank T. Burbrink 2014. Coalescent Species Delimitation in Milksnakes (genus Lampropeltis) and Impacts on Phylogenetic Comparative Analyses. Systematic Biology 63 (2): 231-250 


In 2015 schijnt er weer een verandering v.w.b. de naamgeving geweest te zijn, maar ik kan hier vooralsnog geen verdere info over vinden: Lampropeltis andesiana .
(Natera-Mumaw, Marco; Luis Felipe Esqueda-González & Manuel Castelaín-Fernández 2015. Atlas Serpientes de Venezuela Santiago de Chile, Dimacofi Negocios Avanzados S.A., 456 pp.)

Bij de slangen van deze soort in Costa Rica en westelijk Panama is er meestal veel zwart pigment aanwezig waardoor de dieren erg donker gekleurd zijn en de tekening nauwelijks nog te zien is (dit zijn de slangen die vroeger als L. triangulum gaigae beschouwd werden). Pasgeboren slangen van deze donkere “morph” hebben bij de geboorte rode, zwarte en witte (of gelige) dwarsbanden. Bij een leeftijd van 6 tot 10 maanden beginnen ze om te kleuren naar de donkere “morph”. Bij jonge exemplaren blijft soms de witte band over de prefrontale schubben lang zichtbaar.

Bij de exemplaren van de andere locaties lopen de banden door tot op de buikzijde en blijven onveranderd.  De kop is wit met zwart.
Een deel van de rode en witte schubben is doorgaans zwart of heel donker waardoor er “een schaduw over de dieren lijkt te liggen”.

De gemiddelde lengte van volwassen exemplaren ligt tussen de 110 en 160 cm. Bij de geboorte zijn ze tussen 24 en 34 cm lang.

Deze typische bodem bewoner eet allerlei kleine gewervelde dieren zoals amfibieën, reptielen, zoogdieren en vogels. Ook de eieren van deze dieren worden gegeten. Soms ook ongewervelde dieren.

L. micropholis wordt (waarschijnlijk) niet ernstig bedreigd in zijn voortbestaan. Het grote verspreidingsgebied en de aanwezigheid in veel nationale parken geven geen aanleiding tot grote zorg

Deze soort wordt zo nu en dan aangezien voor een giftige soort en om die reden gedood.

In Venezuela zijn er gebieden waar ontbossing een bedreiging is voor deze soort. Deze ontbossing vindt plaats voor de aanleg van Taro (Colocasia esculenta) plantages. Ook ontbossing in andere delen van het verspreidingsgebied kan een eventueel probleem vormen, al lijken deze slangen zich redelijk aan te passen aan veranderingen in hun leefgebied.

Share