Lampropeltis holbrooki

Google afbeeldingen
Wetenschappelijke naam Lampropeltis holbrooki (STEJNEGER, 1902)
Nederlandse naam Gespikkelde Koningsslang
Biotoop Komt voor in laagland gelegen “hardhout-bossen”, brakwater en zoetwater moerassen, hoogland bossen en in de omgeving van water op de prairies. Komen vaker voor in de wat nattere delen van hun verspreidingsgebied voor dan in de drogere delen. Ze schuwen de plekken waar mensen wonen niet.
Herkomst Mississippi, Louisiana, Oklahoma, Arkansas, Missouri, zuidelijk Iowa en (1 geïsoleerde waarneming in noordwestelijk Kentucky. Van Texas tot in Nebraska komen er hybridisering met L. splendida voor.
Bijzonderheden Was voorheen een ondersoort van Lampropeltis getula (L. g. holbrooki). Vanaf 2009 wordt deze slang als een aparte soort beschouwd.


Pyron, R. Alexander; Frank T. Burbrink 2009. Systematics of the Common Kingsnake (Lampropeltis getula; Serpentes: Colubridae) and the burden of heritage in taxonomy. Zootaxa 2241: 22-32


Deze soort heeft een donkerbruine tot zwarte basiskleur met gewoonlijk op elke schub van de bovenkant van het lichaam een geel vlekje.

De buikzijde is meestal lichtgeel met alternerende zwarte vlekken. Jonge dieren zijn op hun rugzijde vaak donker olijfgroen-kleurig wat, gaandeweg het ouder worden, veranderd in de volwassen rugkleur. De gele vlekjes op de rug vormen onregelmatige dwarsbanden tot op de flanken.

Jonge Gespikkelde Koningsslangen voeden zich in het wild vnl. met jonge slangen, met een voorkeur voor diverse soorten kousenbandslangen (Thamnophis). Maar ze eten ook wel kleine zoogdieren, skinkjes, anolisjes, gekko’s en kikkers. In het terrarium eten pasgeboren slangen van deze soort niet vanzelfsprekend kleine muisjes. Wanneer de muisjes de geur van de hierboven genoemde prooidieren toegediend krijgen gaan ze wel gemakkelijk aan het eten.

Volwassen exemplaren voeden zich in het wild met knaagdieren (o.a. muizen en ratten), slangen (giftige en niet-giftige soorten). Zo eten ze ratelslangen, watermoccasins en koraalslangen (voor het gif van deze slangen zijn ze deels immuun). Ook vertonen ze soms kannibalistisch gedrag: het opeten van exemplaren van je eigen soort.

Ook waterslangen (Neriodia species) maken een belangrijk deel uit van hun natuurlijke dieet. En hagedissen, vogels, hun eieren en zo nu en dan een vis versmaden ze ook niet.

Pas gevangen exemplaren zijn soms heel rustig maar vaak tamelijk agressief, maar wanneer ze eenmaal gewend zijn in gevangenschap, veranderen ze meestal in rustige, hanteerbare slangen. In gevangenschap geboren slangen zijn gewoonlijk heel hun leven rustig en goed hanteerbaar. Alleen tijdens het voeren is enige oplettendheid geboden; het zijn fanatieke, vraatzuchtige dieren. Zoals bij de meeste vertegenwoordigers van het genus Lampropeltis zullen ze, wanneer ze gevangen worden, hevig met hun staart “ratelen”, hun anaalklieren legen en soms ook bijten. Dit gedrag verdwijnt meestal in gevangenschap.

In het wild komen deze slangen meestal halverwege/eind maart uit de winterslaap. In die periode zonnen ze uitbundig en gaan op zoek naar hun eerste prooien van dat jaar. Kort hierna gaan de mannen actief op zoek naar vrouwen om te paren. De paringen vinden plaats in de lente waarna ze in de zomer afwisselend in hun schuilplaats liggen of op jacht zijn naar voedsel. Zonnen doen ze dan slechts af en toe.

De zwangere vrouwen leggen tegen het einde van de zomer hun eieren die dan in de herfst uitkomen.

Kweken met deze slangen in niet erg ingewikkeld. Geef de dieren een winterrust van 2 tot 3 maanden bij een temperatuur tussen de 10 en 18 graden C. Wanneer de slangen (vnl. de vrouwen) na de winterrust weer gaan eten zullen ze binnen een maand vervellen. En zet je de vrouw dan bij een man, dan gaat de rest vanzelf.

Vijf tot zeven weken na de paring worden er tussen de 7 en 17 eieren gelegd. Na zo’n 60 dagen komen deze uit wanneer ze op ca. 27-28 graden C, worden uitgebroed.

De jongen zijn bij de geboorte 17 tot 23 cm lang.

De gemiddelde lengte van volwassen exemplaren ligt tussen de 90 en 120 cm. Gemeten recordlengte was ca. 180 cm.

Share