Lampropeltis gentilis

Google afbeeldingen
Wetenschappelijke naam Lampropeltis gentilis
Nederlandse naam Westelijke melkslang of Central Plains melkslang
Biotoop Veelal droge, rotsachtige (kalksteen) gebieden, zoals prairievlaktes, steengroeves, bosranden en berg- en heuvelhellingen.
Herkomst L. gentilis komt voor op de Panhandle van noordelijk Texas, in westelijk Oklahoma, centraal en westelijk Kansas, oostelijk Colorado en centraal-zuidelijk en zuidwestelijk Nebraska.

In 2014 zijn de ondersoorten L. triangulum amaura (deels), L. t. celaenops, L. t. multistrata en L. t. taylori, L. t. annulata en L. t. syspila “opgenomen” in de soort Lampropeltis gentilis.


Ruane, Sara; Robert W. Bryson, Jr., R. Alexander Pyron, and Frank T. Burbrink 2014. Coalescent Species Delimitation in Milksnakes (genus Lampropeltis) and Impacts on Phylogenetic Comparative Analyses. Systematic Biology 63 (2): 231-250


Hierdoor is het verspreidingsgebied uiteraard groter geworden dan dat hierboven genoemd wordt.

Er bij gekomen zijn:

– oostelijk Texas, zuidoostelijk Oklahoma, Louisiana (ten westen van de rivier de Mississippi) en zuidelijk Arkansas (L. t. amaura, deels),

– zuidoostelijk Arizona, New Mexico en het aangrenzende deel van oostelijk Texas (L. t. celaenops),

– noordwestelijk Nebraska, de westelijke helft van Noord Dakota, noordelijk Wyoming en zuidelijk Montana (L. t. multistriata),

– Utah, noordelijk Arizona en westelijk Colorado (L. t. taylori),

– in ieder geval Centraal Texas (L. t. annulata, deels) en

– Nebraska, Kansas en Oklahoma (L. t. syspila, deels).

 

Bijzonderheden Het natuurlijke voedsel van de Westelijke koningsslang bestaat vnl. uit kleine zoogdieren, kleine hagedissen en slangen (ook giftige) en vogels. Ook eieren van reptielen en vogels worden soms gegeten, evenals wormen en insecten.

 

Deze slangen zijn vnl. actief in de nacht en soms in de avond.

Van april tot juni houden ze zich bezig met de voortplanting.

De winterslaap wordt gehouden van november tot maart, afhankelijk van de seizoen omstandigheden.

Zoals alle vertegenwoordigers van de konings- en melkslangen leggen ze eieren. Meestal zijn dit er minder dan 10 per legsel; in uitzonderingsgevallen soms meer. Een en ander is afhankelijk van de locatie en van de grootte van het vrouwtje.

Volwassen exemplaren worden tussen de 39 en 100 cm lang.

Bij de geboorte zijn de jongen tussen de 16 en 29 cm lang.

In het wild worden de vrouwtjes in hun 3e of 4e levensjaar geslachtsrijp.

In gevangenschap hangt een en ander af van de uitbundigheid waarmee de dieren gevoederd worden.

Hou oud ze in het wild worden is niet bekend, maar in gevangenschap kunnen ze wel 20 jaar oud worden.

Share