Lampropeltis floridana

Google afbeeldingen
Wetenschappelijke naam Lampropeltis floridana
Nederlandse naam Florida Koningsslang
Biotoop Deze soort bewoont diverse biotopen binnen zijn verspreidingsgebied, zoals prairiegebieden, diverse bosgebieden, moerassen, estuaria, in de omgeving van boerderijen en suikerrietplantages.
Herkomst Alleen op het schiereiland van Florida en op de bovenste eilanden van de Florida Keys.

Van Key Largo, Monroe County noordwaarts tot in Citrus County, Alachua County en Volusia County.

Bijzonderheden

Was voorheen een ondersoort van L. getula.

In 2017 is Lampropeltis getula, op basis van DNA onderzoek, opgesplitst in 4 aparte soorten (L. floridana, L. getula, L. meansi en L. nigrita). Deze vier soorten kennen momenteel geen ondersoorten.


Krysko, Kenneth L.; Leroy P. Nuñez, Catherine E. Newman, Brian W. Bowen.  (2017) Phylogenetics of Kingsnakes, Lampropeltis getula Complex (Serpentes: Colubridae), in Eastern North America. J Hered (2017) 108 (3): 226-238.


Deze soort is gespikkeld en heeft 34 of meer smalle, anderhalve schubbenrij brede, dwarsbanden die lichtgekleurd zijn.

Bij de geboorte is deze soort grotendeels zwart met lichtgekleurde dwarsbanden. Vaak is er wat rood/oranjekleuring in de lichtgekleurde dwarsbanden. De donkere schubben tussen de lichtgekleurde dwarsbanden worden lichter naarmate de slangen ouder worden. In het geheel ziet deze soort er, als volwassen slang, als een bruinig-gelige, gespikkelde slang uit. De crème/gelig gekleurde buik heeft een “schaakbordpatroon van donkerbruine buikschilden.

De gemiddelde lengte van volwassen exemplaren ligt tussen 91 en 122 cm. Dieren van meer dan 150 cm lengte zijn bekend.

De Florida Koningsslang is voornamelijk een bodembewoner die overdag actief is maar doordat deze soort een verborgen leven leidt worden ze weinig gezien in het wild. Ze houden zich vaak onder iets op en dan vooral in de koeler gedeeltes van het biotoop.

In het wild voedt deze slangensoort zich o.a. met slangen (ook giftige, zoals ratelslangen), hagedissen, kikkers, knaagdieren, vogels, eieren (van schildpadden en vogels). Deze soort is immuun voor ratelslangengif. Tevens schuwen ze niet om soortgenoten op te eten.

In gevangenschap doen deze slangen het prima op een dieet van knaagdieren.

De paartijd vindt plaats van februari tot mei. In het begin van de zomer leggen ze hun eieren. Gemiddeld zo’n 10 tot 18 stuks (3 tot 30). Twee legsels per jaar komt voor.

De eieren komen uit in de late zomer en de pasgeboren slangetjes zijn zo’n 13 tot 20 cm lang.

De levensverwachting in gevangenschap is 10 tot 20 jaar.

 

Share