Lampropeltis extenuata

Google afbeeldingen
Wetenschappelijke naam Lampropeltis extenuata
Nederlandse naam Kortstaart Koningsslang
Biotoop Heuvelland met een voorkeur voor naald- en loofbossen met een zanderige bodem. Mogelijk ook in andere biotopen mits er voldaan wordt aan twee eisen: er moeten prooien aanwezig zijn en de grond moet geschikt zijn om in te graven.

In moerasgebiedjes waar veel sphagnum aanwezig is en grenzen aan de hierboven beschreven biotopen zijn ze ook wel aangetroffen.

Herkomst Noordelijk Centraal Florida. Van Suwannee Co. en Columbia Co. tot Hillsborough Co. en Orange Co.

Westelijk van de Suwannee River wordt deze slang niet aangetroffen.

Bijzonderheden De Kortstaart Koningsslang werd oorspronkelijk (1890) beschreven als Stilosoma extenuatum.

Pyron & Burbrink herzagen dit en hernoemden deze slangensoort in 2009 tot Lampropeltis extenuata.


Pyron, R.A.; Burbrink, F.T. (2009), “Neogene diversification and taxonomic stability in the snake tribe Lampropeltini Serpentes: Colubridae”, Molecular Phylogenetics and Evolution, 52 (2): 524-529.


Het is een kleine, slanke slang die als volwassen dier een lengte heeft tussen de 36 en 51 cm. Gemeten recordlengte 65 cm. De staart van deze potlood dikke slang is hooguit 10% van de totale lichaamslengte.

Deze slang is tamelijk zeldzaam, wordt weinig gezien en er is dan ook weinig van bekend. Ook is zijn verspreidingsgebied zeer beperkt.

Houdt zich een groot deel van zijn leven onder de grond op en komt, zeker overdag, weinig bovengronds. Als hij al gezien wordt, dan is dat in het voor- en najaar (maart t.e.m. mei en september t.e.m. november).

Deze slangensoort is wettelijk beschermd in Florida aangezien het leefgebied hooguit 20.000 km2 groot is en de kwaliteit van het biotoop snel verslechterd door uitbreiding van landbouw- en woongebieden. Ook mijnbouw en ontbossing spelen een rol in de achteruitgang van het leefgebied.

Er zijn weinig gegevens bekend over deze soort v.w.b. het leven in het wild. Deze slang mag niet zonder toestemming van de overheid van Florida in het terrarium gehouden.

Evenzogoed zijn de meeste gegevens afkomstig van slangen van deze soort in gevangenschap.

In het terrarium accepteren ze als voedsel vrijwel alleen slangen van het genus Tantilla (voornamelijk Tantilla relicta). Wellicht dat gladgeschubde skinkjes, zoals Scincella lateralis, ook op het menu staan

Het is goed denkbaar dat, in de vrije natuur, het menu van de Kortstaart Koningsslang volledig bestaat uit slangetjes die vnl. onder de grond leven en endemisch zijn voor Florida.

Zoals alle Lampropeltis soorten legt ook deze soort eieren. Paringen vinden vermoedelijk plaats tussen maart en mei (omdat ze dan vaker bovengronds gezien worden), maar zijn nooit waargenomen. Er bestaat een vermoeden dat er tussen september en november een tweede paring plaatsvindt (omdat ze in die periode vaker bovengronds aangetroffen worden). Verder is er niks bekend over de voortplanting en legselgrootte.

Op ‘n 14e april is er een jong slangetje gevonden met nog een zichtbaar “navel-litteken”. Dit diertje had een totale lengte van 215 mm en een staartlengte van 25 mm.


Enge, K. M. 2014. Short-tailed snake reproduction. Threatened and Non-game Management Species Annual Report, Florida Fish and Wildlife Conservation Commission, Fish and Wildlife Research Institute, Wildlife Research Laboratory, Gainesville, Florida, USA. 9pp.

Share