Lampropeltis calligaster

Google afbeeldingen
Wetenschappelijke naam Lampropeltis calligaster (HARLAN, 1827)
Nederlandse naam Prairie koningsslang
Biotoop Leeft voornamelijk in prairie-gebieden en op weidevlaktes
Herkomst In een aantal populaties vind je deze soort westelijk van de rivier de Mississippi in de zgn. Plains States (Iowa, Kansas, Minnesota, Missouri, Nebraska, North- and South Dakota).
Ook in de oostelijke helft van Texas is deze soort tamelijk algemeen (info: Kyle Elmore – lamprotx op Instagram). Van hem zijn ook beide, met toestemming geplaatste foto’s.Oostwaarts gaat deze soort de Mississippi over en komt daar voor in Illinois, Indiana, Kentucky, westelijk Tennessee en noordelijk Mississippi.

Lampropeltis calligaster in zuidelijk Houston © Kyle Elmore – lamprotx op Instagram

Lampropeltis calligaster in zuidelijk Houston © Kyle Elmore – lamprotx op Instagram
Bijzonderheden

Tot 2017 bestond de soort L. calligaster uit drie ondersoorten: L. c. calligaster, L. c. rhombomaculata en L. c. occipitolineata.

Op basis van DNA onderzoek zijn deze drie ondersoorten opgewaardeerd naar drie verschillende soorten (L. calligaster, L. rhombomaculata en L. occipitolineata).


McKelvy, A.D.; F.T. Burbrink 2016. Ecological divergence in the yellow-bellied kingsnake (Lampropeltis calligaster) at two North American biodiversity hotspots. Molecular Phylogenetics and Evolution 106: 61-72


Beschrijving:

Vlekken op de rug 46 – 78

Buikschilden 196 – 215

Staartschubben 38 – 57 (mannen 44 – 57, vrouwen 38 – 52)

Bovenlipschubben 7, soms 8

Onderlipschubben: meestal 9, vaak 10 en soms 11

Oogschubben 1 vóór en 2 áchter het oog

Temporale schubben normaal 2 + 3 + 4

Lichaam slank en gelijkmatig

Kop nauwelijks afgescheiden van de nek.

Voorkant kop langer en meer puntig dan bij L. rhombomaculata

Staart is kort en versmalt snel.

Filmpje over Lampropeltis calligaster

In noordelijk Mississippi grenst het leefgebied van L. calligaster en L. rhombomaculata aan elkaar waardoor hybridisering tussen deze soorten mogelijk is.Deze slang is een typische grondbewoner die zich overdag vnl. onder de grond bevindt.  Ze zijn vooral ’s nachts actief. Ondanks de grotendeels ondergrondse leefwijze zijn er redelijk wat exemplaren gevonden tot nu toe. Deze soort wordt als “algemeen voorkomend” beschouwd.

Het voedsel bestaat, voor zover bekend, uit reptielen (hagedissen en slangen), vogels en knaagdieren.

Er zijn bij mijn weten geen gegevens over de voortplanting in het wild bekend, maar in gevangenschap vinden de paringen in het late voorjaar plaats en komen de eieren laat in de zomer/begin van de herfst uit. De jongen zijn bij de geboorte 12 – 18 cm.

Share