Lampropeltis californiae

Google afbeeldingen
Wetenschappelijke naam Lampropeltis californiae (BLAINVILLE, 1835)
Nederlandse naam California Koningsslang
Biotoop Komt in vrijwel alle biotopen binnen het verspreidingsgebied voor.
Herkomst Het verspreidingsgebied van L. californiae is een van de meest uitgestrekte van alle Lampropeltis-soorten.

De soort komt voor in noordelijk Oregon en dan verder zuidoostwaarts via de Great Basin in Nevada en Utah. Van daaruit oostwaarts tot het uiterste zuidwesten van Colorado en zuidwaarts via vrijwel geheel California en Arizona tot in de Mexicaanse staten Sonora, Baja California Norte en Baja Sur.

Op het eiland Gran Canaria (Spanje, Europa) is deze soort (succesvol) geïntroduceerd

Bijzonderheden Voorheen was deze soort bekend als een ondersoort van Lampropeltis getula (L. g. californiae).


Systematics Of The Common Kingsnake Lampropeltis Getula And The Burden Of Heritage In Taxonomy, 2009 A.Pyron


Bij niet al te warm weer is deze soort overdag actief; bij hoge dagtemperaturen vooral in de avond en de nacht.

Doorgaans geen “agressieve” soort.

In het wild eten ze zo’n beetje alles wat ze te pakken kunnen krijgen en niet te groot is om door te slikken.

Knaagdieren, vogels, eieren, kikkers, salamanders, schildpadjes, hagedissen en slangen (zelfs ratelslangen, voor wiens gif ze immuun zijn) staan zo’n beetje allemaal op het menu. Ook is het eten van ongewervelde dieren waargenomen.

In het terrarium doen ze het prima op een dieet van muizen.

 

Bij de geboorte zijn de jongen gemiddeld tussen de 20 en 30 cm lang.

Volwassen dieren worden in de meeste gevallen tussen de 75 en 110 cm lang, met uitzonderingen tot bijna 2 meter. Het is de grootste soort van alle konings- en melkslangen. Leeftijden van 20 jaar zijn geen uitzondering voor deze soort.

Mannelijke California koningsslangen houden, wanneer ze elkaar in het voorjaar tegenkomen, rituele gevechten om de gunst van een vrouwtje.

Paringen vinden gewoonlijk plaats in de eerste weken na de winterslaap; meestal na de eerste vervelling van dat jaar. Tijdens de paring bijt de man zich vast in de vrouw om haar vast te houden.

Vier tot acht weken na de paring (meestal 6) legt het vrouwtje tussen de 3 en 24 eieren (gemiddeld 8 – 10).

Zes tot acht weken na het leggen komen ze uit.

 

Deze soort kent vele verschijningsvormen. Dit maakt het lastig om het uiterlijk te beschrijven. Daarom kun je voor het uiterlijk beter op de foto bovenaan deze pagina klikken. Dan wordt het vanzelf duidelijk…

 

De verzorging is niet lastig of ingewikkeld. Een ruim terrarium voor volwassen dieren is aan te bevelen. Zorg er voor dat het terrarium ontsnappingsvrij is! Deze soort is een meester in het vinden van elk gaatje.

Er zijn houders die deze slangen alléén in het terrarium houden, maar het gaat meestal ook wel goed als je een paartje bij elkaar houdt.

Persoonlijk heb ik, enkele jaren geleden, gedurende een paar jaar 1 mannelijke en 2 vrouwelijke exemplaren samen gehouden in een relatief klein terrarium. Dit ging probleemloos. Toen ze bij elkaar gezet werden waren ze twee jaar oud.

Wanneer je twee volwassen exemplaren voor het eerst bij elkaar zet, dan moet je er een poosje bij blijven. Ontstaat er geen agressie en/of grijpt de een de ander niet om hem/haar op te eten, dan is het doorgaans wel goed. Geen twee mannen bij elkaar zetten!

Belangrijk is dat de dieren van gelijke grootte (liefst langer dan 60-70 cm) zijn en dat ze apart gevoerd worden. Na het voeren pas enkele uren later weer bij elkaar zetten. Ook dan is het raadzaam om er even bij te blijven.

Exemplaren onder de 60 cm lengte houd je beter in hun eentje in het terrarium. Bij deze jonge dieren is de kans dat ze elkaar opeten relatief groot. Jonge dieren doen het meestal beter in kleine terraria dan in grote…


Interessante website…


 

Share